Katoen wordt al duizenden jaren in bijna alle kleding gebruikt. Het is zo populair omdat het vrij gemakkelijk grootschalig kan worden verbouwd. De traditionele katoenteelt is echter een zeer grote belasting voor het milieu.

Water

Om een kilo katoen te telen is ongeveer 10.000 kilo water nodig. Dat is al gauw 2500 liter per shirt en meer dan 7000 liter per spijkerbroek. Al dat water wordt onttrokken aan rivieren, meren of ondergrondse waterreserves. Daardoor ontstaan watertekorten voor de lokale bevolking en wordt de bodem aangetast.

Bestrijdingsmiddelen

Gemiddeld wordt er twee keer per week met chemicaliën gespoten om insecten tegen te gaan en dan ook nog een keer om de katoenbollen makkelijker te kunnen plukken. Een kwart van alle insecticiden en een tiende van alle pesticiden op de wereld zijn nodig om katoen te maken – terwijl katoenplanten maar 1/33 van alle gewassen uitmaken. Voor elk katoenen T-shirt worden zo’n 7 eetlepels bestrijdingsmiddelen gebruikt. Die gifstoffen zijn erg schadelijk voor de arbeiders die met katoen werken, en voor rivieren en akkers. De grond raakt zo uitgeput, dat men kunstmeststoffen zaait om productie weer enigszins mogelijk te maken.

Verf

Om de katoen in kleding te verwerken wordt het gebleekt en gekleurd, om dan een chemische fixeerlaag te krijgen. Om verfstoffen aan de natuurlijke stof zoals katoen te binden wordt formaldehyde gebruikt. Dit is een zeer giftige stof en mag volgens Europese standaarden maar in een kleine hoeveelheid toegepast worden. Helaas, en voornamelijk met donkere kleuren, om dit goed te laten hechten, is dit vaak te hoog. Ook de mooie washing in de jeans is erg giftig voor mens en milieu, al helemaal als hij dan weer gedeeltelijk gebleekt wordt met behulp van chloor. Rivieren in Mexico kleuren door verfbaden van spijkerbroeken blauw, en worden daarna voor het irrigeren van landbouwvelden gebruikt, ondanks de huidproblemen van de arbeiders in de jeansfabrieken.

Het kan ook anders!

Biologisch katoen (let op het EKO-keurmerk) is al veel minder belastend: er zijn dan geen bestrijdingsmiddelen en genetisch gemanipuleerde grondstoffen gebruikt. Grote ketens als H&M, HEMA en C&A brengen al bio-katoen lijnen. Fairtrade katoen (Max Havelaar keurmerk) garandeert dat de katoenboeren een goede prijs krijgen voor hun waar en stelt eisen om de milieubelasting door katoenteelt tegen te gaan.

Er zijn andere natuurlijke grondstoffen geschikt voor het maken van kleding, zoals wol, hennep, linnen, en brandnetel. Met uitzondering van wol (veel watergebruik en broeikasgasemissie) zijn dat over het algemeen milieuvriendelijkere alternatieven, alleen zijn ze (nog) niet heel gemakkelijk verkrijgbaar. Synthetische kleren worden van ruwe olie gemaakt. Heel iets anders dus, met andere milieuproblemen: energieverslindend.

Hoe langer iets mee gaat, hoe beter het is, want hoe minder vervuilende kleding je hoeft te kopen. Dus als je iets nieuws koopt kies voor duurzame, goede stoffen. Of voor gerecycled materiaal: cool en duurzaam! Tweedehands kleding is ook relatief milieuvriendelijk. Vintage-winkels en webshops schieten als paddestoelen uit de grond. En dat is niet zo gek, want vintage is hip, duurzaam en lief voor je portemonnee. Bron foto’s: Csiro