Met ‘schone’ kleren bedoelen we maatschappelijk verantwoord geproduceerde kleding (MVO kleding). Regelmatig is de kledingindustrie in het nieuws: slechte arbeidsomstandigheden, lange werkweken, zeer lage lonen, geen vakbondsvrijheid. Hoe zit het met de kleding die wij kunnen kopen? Wat kunnen we er in Teylingen zelf aan doen? Dergelijke vragen stelt de werkgroep Teylingen Faitrade de komende tijd in deze maandelijkse column aan de orde. Zie ook www.schonekleren.nl

De kledingindustrie

De kleding die je hier in de winkels vindt wordt vooral gemaakt in lagelonenlanden: in fabrieken, in ateliers of door thuiswerkers. De mensen (voor 85% vrouwen) die achter de naaimachines zitten werken vaak 70 tot 80 uur per week. Maar ze verdienen daarmee te weinig om van te leven. Ook wordt het ze vaak onmogelijk gemaakt om hun gezamenlijke stem te laten horen – bijvoorbeeld via een vakbond. Discriminatie, ongezonde werkomstandigheden, geweld en (seksuele) intimidatie zijn geen uitzonderingen. Wereldwijd werken zo’n 47 miljoen mensen in de kledingindustrie, waaronder 40 miljoen vrouwen.

Rana Plaza ramp

Het instorten van de Rana Plaza fabriek in Bangladesh in 2013 – de ergste ramp in de kledingindustrie ooit – schokte de wereld. Er kwamen 1134 mensen om, meer dan 2000 mensen raakten (zwaar)gewond. Sinds die tijd weet iedereen dat veel kleding gemaakt wordt onder slechte arbeidsomstandigheden voor hongerlonen. In één klap werd veel mensen duidelijk dat er actie nodig is om dit aan te pakken en de werksituatie van de miljoenen kledingarbeiders in Bangladesh – en andere kledingproducerende landen als China, India en Cambodja – te verbeteren.

Lichtpuntjes

Lichtpuntjes zijn er gelukkig ook: na de ramp tekenden ongeveer 200 internationale kledingmerken het Bangladesh Veiligheidsakkoord en kwam er meer aandacht voor de lage lonen in Bangladesh. Ook is er meer aandacht gekomen voor vakbondsrechten: meer dan de helft van de merken heeft het recht op een leefbaar loon opgenomen in hun gedragscodes.

Arbeidsrechten & gedragscodes: vooral op papier

De meeste kledingproducerende landen hebben wel arbeidswetten. Ze worden alleen vaak niet gehandhaafd. Men wil buitenlandse bedrijven aantrekken en de export promoten om zo economische groei te kunnen realiseren. Hierdoor stellen overheden soms een laag wettelijk minimumloon in om te kunnen concurreren op arbeidskosten of beperken ze de rechten van vakbonden. Verder hebben lagelonenlanden niet het geld om controleurs te betalen die nodig zijn om de wetten te handhaven.

Wat kun je doen?

Een lijstje met “schone kleren”, wat zou dat fijn zijn! Maar helaas: er is nog niet of nauwelijks een kledingmerk 100% schoon. Maar ben je op zoek, wil je kledingarbeiders steunen en wil je geen uitbuiting aan je lijf? Dan hier alvast twee kooptips.

  • Koop van merken die al werken aan het verbeteren van de werkomstandigheden. Dan stimuleer je de merken die voorop lopen. Kijk bijvoorbeeld op de website Fair Wear Foundation en op de site van Rank a Brand, je vindt er gegevens van honderden merken.
  • Vragen stellen is belangrijk! Wanneer de winkel en het kledingmerk vaak horen dat hun klanten het belangrijk vinden dat hun kleding onder goede omstandigheden geproduceerd is, dan moeten en willen zij daar iets mee. Als het maar vaak genoeg voorkomt, zal het balletje gaan rollen binnen het bedrijf. De klant is koning(in)!