Met “schone” kleren bedoelen we maatschappelijk verantwoord geproduceerde kleding (“MVO kleding”). Regelmatig is de kledingindustrie in het nieuws: slechte arbeidsomstandigheden, lange werkweken, zeer lage lonen, geen vakbondsvrijheid, vragen over de milieuvriendelijkheid. Hoe zit het met de kleding die wij kunnen kopen? Wat kunnen we er in Teylingen zelf aan doen? Dergelijke vragen stelt het platform Teylingen Millenniumgemeente momenteel in deze maandelijkse column aan de orde. Voor de delen 1 t/m 7 zie elders op deze pagina.

Kledingnaaisters in beeld

Vrouwen runnen de kledingindustrie. Zij shoppen de meeste kleding, werken in modezaken, staan op de covers van modebladen, en… zitten in Aziatische kledingfabrieken achter de naaimachine. Deze vrouwen aan de andere kant van de wereld zien van hun harde werk maar weinig terug. Hierna verhalen van drie naaisters. De foto’s zijn van © Marieke van der Velden / Hollandse Hoogte.

Nurun Nahar (40), Bangladesh. Naaihulpje wordt vakbondsleidster

Nurun Nahar is geboren en getogen in het oude gedeelte van Dhaka. Sinds 1989 werkt ze in de kledingfabriek. “Ik begon als hulpje, de laagste functie in de fabriek met het bijbehorende lage salaris. Tegenwoordig werk ik achter de naaimachine in een fabriek die voor Europese merken kleding maakt. Welke merken? Dat weet ik niet precies.” Er gaan vooral veel spijkerbroeken door haar handen, maar er komen ook jassen en rokjes voorbij. Naast haar werk als naaister is ze vicepresident van een grote vakbond. “Ik organiseer bijeenkomsten en vertel jonge vrouwen hoe ze voor zichzelf kunnen opkomen ”.

 

Daliya Shikdur (20). Bangladesh. Zette eigen vakbond op. Pleit voor elke zondag vrij

De mooie jurk die Daliya draagt heeft ze zelf gemaakt. “We hebben met een groep meiden van mijn vakbond allemaal dezelfde stof gekocht en zijn allemaal in dezelfde jurk naar de fabriek gegaan, dat was leuk! Op het moment kunnen we niet zo veel overwerken, het is seizoensgebonden. Het is nu geen hoogseizoen dus er zijn minder bestellingen. Ik werk nu minimaal 8 uur en als ik geluk heb 2 uur overwerk. 8 uur per dag, 6 dagen in de week is 48 uur. Als we overwerk hadden zou ik 60-65 uur werken. Dat beetje extra geld helpt.”

 

Tania Akter (23) Banglasdesh. Een bestaan als knopenzetter

“Ik doe alles wat met jasjes te maken heeft” vertelt Tania, de jongste van 7: 5 zussen en 1 broer. “De kraag, de linkerzak en de rechterzak. Ik sta zo weken de linkerzak te doen en dan weken de rechterzak”. Ze doet als naaister in een kledingfabriek in Dhaka verschillende dingen: “Ik zet met een machine knopen in kleding en naai ritsen”. Maar ik kan niet kiezen wat ik het leukste – of minst erg – vind”.

 

Kun Hon (23) Cambodja. Sloven voor wat zekerheid

“Ik kan me wel eens kwaad maken als ik denk aan de eigenaren van de bedrijven waar ik kleding voor maak. Terwijl zij in een kantoor zitten, staan wij hier te sloven. En zij krijgen het geld natuurlijk, dat is het pijnlijke. Het liefst zou ik voor mezelf opkomen zodat we allemaal een leefbaar loon krijgen in de fabriek, maar ik durf niet lid van de vakbond te worden. De laatste paar jaar heb ik geen zekerheid gekregen: het enige wat ik krijg zijn tweemaandelijkse contracten. Reken maar uit, dat zijn er nogal wat in een paar jaar tijd. Zo wordt je effectief de mond gesnoerd.”

 

Wat kunt u doen?

Eigenlijk is dat heel simpel: in de winkel vragen naar “schone” kleren; naar maatschappelijk verantwoord geproduceerde kleding. Zie ook website www.schonekleren.nl en eerdere delen van deze serie.