Zaterdag 24 oktober begint de Fairtrade week, een week waarin Fairtrade in het zonnetje wordt gezet! Dit najaar vragen we in het bijzonder aandacht voor Fairtrade kleding. Waarom? Omdat we als consumenten kunnen bijdragen aan betere leefomstandigheden voor arbeiders in katoenplantages én in kledingfabrieken. Met Fairtrade kiezen we bovendien voor een beter milieu.

Katoenteelt

Veel katoen komt uit ontwikkelingslanden. De katoenboeren daar leven in armoede en zijn afhankelijk van tussenpersonen in complexe handelsketens. Ze ondervinden concurrentie van sterk gesubsidieerde telers in rijke landen zoals de VS. Tijdens de oogst zetten ze nog regelmatig kinderarbeid in. De katoenteelt maakt van oudsher veel gebruik van bestrijdingsmiddelen. Die maakt meisjes en vrouwen echter onvruchtbaar, zodat alleen mannen in de teelt kunnen werken. De boeren hebben een onzekere toekomst vanwege hoge productiekosten, fluctuerende wereldmarktprijzen en klimaatverandering.

Fairtrade zet zich in voor katoenboeren. Er zijn ruim 26 Fairtrade gecertificeerde coöperaties, verspreid over 9 landen: Brazilië, Nicaragua, Benin, Burkina Faso, Egypte, Mali, Senegal, Kyrgyzstan en India. Zij vertegenwoordigen gezamenlijk meer dan 60.000 katoenboeren. Behalve een kostendekkende minimumprijs voor de katoen, krijgen de boeren een Fairtrade premie. Daarvan wordt 54% gebruikt om de coöperatie te versterken (administratie, betere faciliteiten en infrastructuur) en services aan de boeren (zoals leningen en landbouwmaterialen). 46% van de Fairtrade premie wordt gebruikt voor gemeenschapsprojecten, voornamelijk onderwijs. Fairtrade stelt bovendien sociale en milieucriteria. Dat betekent milieuvriendelijke teelt, respect voor arbeidsrechten en een transparante, democratische werkwijze in de boerencoöperaties. Veel coöperaties kunnen door hun betere inkomen overschakelen op biologische teelt. Zonder het gebruik van bestrijdingsmiddelen kunnen nu ook vrouwen op de plantages werken: goed voor de werkgelegenheid en het gezinsinkomen!

Kledingindustrie

De productie van kleding wordt door opdrachtgevers (lees: kledingmerken) meestal uitbesteed aan een inkoopbedrijf of fabriek, die het vervolgens, via agenten en onderaannemers, weer uitbesteedt aan andere fabrieken. Dat uitbesteden maakt het erg lastig om het productieproces te controleren, toe te zien op naleving van arbeidsstandaarden of op de hoogte te raken van dagelijkse arbeidspraktijken. Het is daardoor gemakkelijk voor bedrijven om hun verantwoordelijkheid voor goede arbeidsomstandigheden af te schuiven. Ondertussen maken kledingarbeiders (80 % vrouwen) lange werkdagen, vaak zonder pauzes, tegen zeer lage lonen en zonder de mogelijkheid om zich te organiseren in vakbonden. Bovendien is de werksituatie in de fabrieken vaak onveilig.

Gelukkig zijn er inmiddels diverse kledingmerken die wél hun verantwoordelijkheid nemen. Steeds meer nemen zij de productie van hun kleding in eigen hand. Perfect zijn ze nog niet, maar onder verschillende keurmerken werken de kledingmerken aan gezonde en veilige arbeidsomstandigheden, leefbare lonen, acceptabele werktijden, geen kinderarbeid en vakbondsvrijheid. Daarnaast worden er milieueisen gesteld. Gevaarlijke stoffen mogen niet gebruikt worden en er gelden eisen voor afval-, energie- en waterbeheer.

Circulaire productie

Wist je dat er voor het maken van één spijkerbroek wel zo’n 7500 liter water nodig is? Wist je dat alle kledingfabrieken samen voor meer opwarming van de aarde zorgen dan alle vliegtuigen en schepen op de wereld bij elkaar? En dat terwijl we steeds sneller kleren weggooien. Er is nu een enorme berg kledingafval ontstaan. Gelukkig zijn er steeds meer ideeën om op een andere manier kleding te maken. Bijvoorbeeld door oude spijkerbroeken uit elkaar te halen en er nieuwe van te maken. Of kleding te lenen in plaats van te kopen. Of kleren te repareren als er een gat in zit. Zo gaat kleding langer mee!

De overheid wil graag dat in 2030 textielproducten bestaan uit minimaal 30% gerecycled materiaal. Hiermee besparen we heel veel water en energie, omdat er geen nieuwe grondstoffen nodig zijn. Er zijn bedrijven die dat al doen. Zij zamelen bijvoorbeeld oude spijkerbroeken in om weer nieuwe van te maken. Zo is er al een jeans met 40% gerecycled katoen en 60% biologisch katoen. Het doel is 100% gerecycled katoen. Voor één circulaire jeans gebruiken ze slechts 581 liter.

Win een nieuwe, duurzame spijkerbroek!

Doe mee met de Spijkerbroekenactie van Teylingen Fairtrade. Van 24 oktober t/m 14 november 2020 kun je je oude spijkerbroek (voorzien van naam en telefoonnummer en, ben je jonger dan 18, ook je leeftijd) inleveren bij 5 kledingwinkels: Melman, Ter Stal, Van Uffelen en  Zeeman in Sassenheim en Dames van Dijk in Voorhout. Na 15 november zal een bekende Teylinger twee spijkerbroeken uit de ingeleverde stapel trekken. De winnaars, een volwassene en een jongere mogen zelf een nieuwe duurzame spijkerbroek kopen, zelf weten waar en de rekening indienen bij de werkgroep Teylingen Fairtrade.
De werkgroep Teylingen Fairtrade beschouwt een spijkerbroek als duurzaam als er een van de 8 hier onderstaande labels aan zit.
Meer informatie over deze labels vind je op bij Milieu Centraal, keurmerkenwijzer/overzicht/kleding.nl.
Veel info over duurzame kleding vind je op projectcece.nl.

Labels duurzame kleding