Armoede en honger in de wereld, nog steeds een groot probleem
In 2015 leefde wereldwijd 9,5% van de wereldbevolking, ruim 700 miljoen mensen, in extreme armoede. Voor deze mensen is honger een dagelijks probleem. Niet voor niets zijn ‘Einde aan de extreme armoe’ en ‘Einde aan honger’ doel 1 en 2 van de Werelddoelen die eind 2015 door de 193 wereldleiders van de Verenigde Naties in New York zijn vastgesteld. Deze doelen gelden voor de periode 2016 -2030.
In dit artikel een aantal feiten en achtergronden over extreme armoede en honger. Deze feiten zijn gebaseerd op gegevens van de Verenigde Naties, die zijn verzameld voor de vaststelling van de Werelddoelen, de zogenaamde Sustainable Development Goals (SDG’s).

Gevolgen van honger en ondervoeding
Een dagje honger is geen enkel probleem. Maar als je langdurig dagelijks te weinig eten krijgt ga je vermageren en kun je niet meer normaal functioneren.
Naast de honderden miljoenen mensen die dagelijks honger lijden zijn er nog eens 2 miljard mensen die lijden aan ondervoeding, ook wel ‘verborgen honger’ genoemd. Daarbij gaat het met name om mensen die iedere dag hetzelfde eenzijdige eten krijgen waardoor ze bijvoorbeeld een tekort aan vitaminen hebben. Vooral jonge kinderen kunnen zich dan fysiek en intellectueel niet volledig ontwikkelen. Wist u dat in Latijns Amerika (Midden en Zuid- Amerika) honger toeneemt?

Wanneer is sprake van extreme armoede?
De Wereldbank heeft extreme armoede in 2015 gedefinieerd als een inkomen van minder dan 1,90 dollar (€ 1,55) per persoon per dag. In 2015 betrof dat 9,5 % van de wereldbevolking, ruim 700 miljoen mensen.
Relatief de meeste ondervoede mensen wonen in het Sub-Sahara gebied (Afrika ten zuiden van de Sahara). Daar is 1 van de 4 mensen ondervoed, 45% van de kinderen sterft daar voor het vijfde jaar. Wereldwijd gaan 66 miljoen basisschool kinderen met honger naar school.
Het aantal mensen dat in extreme armoede leeft is de afgelopen decennia gelukkig wel gedaald. In 1990 was dat nog 37% van de wereldbevolking, toen ca. 1.950 miljoen mensen.

Werelddoelen vermindering armoede
Het belangrijkste doel van de eind 2015 vastgestelde Werelddoelen (SDG’s) is het verminderen van de armoede. De Verenigde Naties hebben het doel in twee meetbare subdoelen opgesplitst:
• in het jaar 2030 is extreme armoede uitgeroeid voor alle mensen wereldwijd, die met minder dan $1,90 per dag moeten rondkomen.
• in het jaar 2030 is het aandeel mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die volgens de definities van hun eigen land in armoede leven in alle opzichten tot minstens de helft teruggebracht.
Belangrijke subdoelen zijn ook dat ieder land de eigen nationale sociale bescherming sterk verbetert en zorgt voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen op middelen om inkomen mee te verwerven. Bijvoorbeeld eigendom van land en mogelijkheden om geld te lenen zoals microfinanciering.

Verdubbelen landbouwproductiviteit en inkomens kleine boeren
In ontwikkelingslanden, de landen waar de meeste honger voorkomt, werken veel mensen in de voedselproductie, in totaal maar liefst 1,3 miljard.
Het grootste probleem voor de boeren in de ontwikkelingslanden is de verdeling van de winst op hun voedselproducten. De meeste winst komt terecht bij de handelaars, verwerkers en supermarkten. Die boeren houden zelf vaak zo weinig geld over dat ze maar net of net niet in hun primaire levensbehoeften kunnen voorzien. Daardoor kunnen ze niet investeren in de verbetering en vergroting van hun productie, niet bijdragen aan de lokale economie en niet meewerken aan het verbeteren van de precaire voedselsituatie in hun land.
Daarom spraken de wereldleiders bij het vaststellen van de Werelddoelen af dat in het jaar 2030 de landbouwproductie van kleine boeren en hun inkomens moeten verdubbelen.
Hier ziet u een rechtstreekse link tussen de Werelddoelen en Fairtrade. U weet, bij Fairtrade zijn vooral de kleine boeren in ontwikkelingslanden in beeld.

Latijns Amerika ziet honger en ondervoeding toenemen